Het voortgangsverslag

Deadline en Procedure

Vóór 1 mei van elk academiejaar dient elke ingeschreven doctoraatsstudent een jaarverslag op te stellen waarin de vordering van het doctoraatsonderzoek aangetoond wordt. De indiening van dit opvolgingsverslag (ook wel 'vorderingsverslag' genoemd) gebeurt op het faculteitssecretariaat.

Het opvolgingsverslag wordt door de Commissie voor de Doctoraatsopvolging (CDO) van de betrokken faculteit geëvalueerd. Voor de doctoraten in de Interdisciplinaire Studies over faculteitsgrenzen heen, wordt de vordering door de Interdisciplinaire Commissie voor de Doctoraatsopvolging (ICDO) beoordeeld.

Deze commissies geven de doctorandus/a al dan niet de toelating om in te schrijven voor het volgende academiejaar. Dit betekent dat, wanneer je geen opvolgingsverslag indient, je het jaar daarop niet gewoon opnieuw kunt inschrijven.

Indien de (Interdisciplinaire ) Commissie voor de Doctoraatsopvolging van oordeel is dat het doctoraatsproces gunstig vordert, dan ontvangt de betrokken doctoraatsstudent later van het StudentenAdministratieCentrum automatisch een overschrijvingsformulier dat gebruikt kan worden om het inschrijvingsgeld te betalen.

Indien de CDO/ICDO van oordeel is dat het doctoraatsproces niet vordert zoals het hoort, dan kan die commissie de doctorandus/a en promotor(en) horen, eventueel in het bijzijn van de ombudsman/vrouw voor doctorandi (indien de doctoraatsstudent dit wenst). Vóór eind juni dient deze commissie op gemotiveerde wijze de rector te adviseren om een verdere inschrijving voor dit doctoraat te weigeren, tenzij die beslissing uitgesteld wordt omwille van geldige redenen.

 

Inhoud van het opvolgingsverslag

De meeste faculteiten beschikken over formulieren/templates die gebruikt moeten worden om het opvolgingsverslag op te stellen. Je kan die hier downloaden of je wenden tot het faculteitssecretariaat.

Het opvolgingsverslag voor het doctoraat bevat ten minste 4 luiken:

  • een overzicht van de activiteiten van eind april van het vorige academiejaar tot eind april van het lopende academiejaar;
  • de planning van het doctoraatsproces voor het komende academiejaar;
  • probleemsignalering: een beschrijving van problemen die zich voordeden en/of zich zouden kunnen voordoen en een mogelijk antwoord daarop;
  • een rapport van de promotor over de activiteiten van de doctorandus/a.

Elke faculteit kan door middel van het aanvullend facultair doctoraatsreglement bijkomende informatie eisen in het opvolgingsverslag.

 

Met de steun van