Hoe worden de sociale en fiscale aspecten geregeld voor doctorandi (kinderbijslag, ziekenfonds, werkloosheid en personenbelasting)?

Doctorandi hebben recht op kinderbijslag voor zover voldaan is aan volgende voorwaarden:

  • een inschrijving hebben voor minstens 27 studiepunten;
  • niet ouder dan 25 jaar zijn;
  • er wordt geen beurs toegekend die aan RSZ is onderworpen.

De studiepunten voor de doctoraatsopleiding tellen mee, die van het proefschrift niet. Studiepunten in het kader van een andere opleiding tellen ook mee. Het recht wordt toegekend voor een volledig academiejaar, op voorwaarde dat de inschrijving voor 30 november van het academiejaar gebeurt. Meer informatie op de website van de Rijksdienst voor Kinderbijslag.

Vanaf de leeftijd van 25 jaar heb je sowieso geen recht meer op kinderbijslag en dien je je wat de verzekerbaarheid voor gezondheidszorgen betreft, aan te sluiten als voltijds student bij een ziekenfonds naar keuze. Hiervoor betaal je een maandelijkse bijdrage.

Indien je over een doctoraatsbeurs beschikt, leidt dit tot toepassing van de sociale zekerheidsregeling voor werknemers. In de praktijk staat de beursinstantie in voor de betaling van de RSZ-bijdragen. Voor de ziekenfondsaansluiting val je onder het statuut van loontrekkende.

Als je (nog) niet over een doctoraatsbeurs beschikt, laat je je, na het beëindigen van je basisopleiding best inschrijven als ‘schoolverlater in beroepsinschakelingstijd’ bij de VDAB. Tijdens de beroepsinschakelingstijd ontvang je verder kinderbijslag en blijf je zoals voorheen in regel met het ziekenfonds. (Terugbetaling van de reeds ontvangen kinderbijslag is mogelijk indien je toch nog een doctoraatsbeurs verwerft.)

Na beëindiging van de beroepsinschakelingstijd ontvang je beroepsinschakelings-uitkeringen. Een van de voorwaarden om beroepsinschakelingsuitkeringen te ontvangen, is dat je voltijds beschikbaar bent voor de arbeidsmarkt. Dit is niet evident als men zich daadwerkelijk aan een doctoraat wil wijden. De meeste doctoraatsbeurzen (waaronder die van de OZR van de VUB, van het FWO of IWT) zijn bovendien niet combineerbaar met andere beroepsactiviteiten.

Wat de ziekteverzekering betreft, dien je na het doorlopen van je beroepsinschakelingstijd zelf een aansluiting te regelen. Indien je alsnog een beurs ontvangt, dan stel je de VDAB hiervan op de hoogte. Is de beslissing die je rond de doctoraatsbeurs krijgt negatief, dan heb je toch in elk geval al een periode van je beroepsinschakelingstijd doorlopen.

In België zijn doctoraatsbeurzen vrijgesteld van personenbelasting. Maar als je tijdens je werk bezoldigd wordt door een of andere organisatie, dan zijn die sommen wel belastbaar. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als een bedrijf je vraagt om tijdens je doctoraat een bepaald onderzoek uit te voeren en je daarvoor ook betaalt. Zelfs als dat onderzoek van belang is voor jouw doctoraat, dan nog is die bezoldiging belastbaar. Let wel op dat de meeste doctoraatsbeurzen niet combineerbaar zijn met andere inkomsten!

Indien de bursaal bij zijn/haar ouders blijft wonen, blijft hij/zij fiscaal ten laste. In dit geval meldt de bursaal de beursbedragen niet (als bestaansmiddelen). Om ten laste te zijn of te blijven mag de bursaal volgens het Wetboek Inkomstenbelasting 1992 geen eigen bestaansmiddelen hebben verworven die een bedrag overschrijden, dat het wetboek zelf bepaalt. Fiscaal wordt de doctoraatsbeurs gelijkgesteld aan een studietoelage en aangezien deze niet worden beschouwd als belastbaar inkomen, geniet de bursaal dus geen loon en blijft hij/zij dus ten laste.

Voor meer informatie over specifieke statuten kan je terecht bij de personeelsdienst. Neem ook eens de reglementen voor het personeel en de bursalen door (intranet).

Werd je vraag beantwoord?