Deliberatieregels

Buispunten

Volgens artikel 141 van het Onderwijs- en examenreglement 2016-2017 hanteert de Vrije Universiteit Brussel de volgende regels.

Eerste bachelorjaar

Je bent geslaagd voor het geheel van de 1ste bachelor als je een credit verwerft voor alle opleidingsonderdelen (= alles minstens 10/20)

OF

Je bent geslaagd ondanks onvoldoendes (cijfers onder de 10/20) * voor het geheel van de 1ste bachelor, als je voldoet aan deze vier voorwaarden

  • Je hebt een gewogen gemiddelde van minstens 55%.
  • Je scoorde maximaal 3 punten onder de 10/20.
  • Je hebt op niet meer dan 2 opleidingsonderdelen een cijfer lager dan 10/20 behaald.
  • Je hebt geen enkel cijfer lager dan 8/20 behaald.

Goed om te weten: deze regels worden automatisch toegepast. Je moet buispunten dus niet ‘inzetten’ of een aanvraag doen om gedelibereerd te worden.
Goed om te weten: voldoe je niet aan deze regels; dan dien je alle punten onder 10/20 te hernemen.

 

* Een toegestane onvoldoende hernemen?

Binnen een academiejaar kan je een tweede examenkans benutten om een toegestane onvoldoende te hernemen. Je dient hiertoe een schriftelijk verzoek in bij het faculteitssecretariaat binnen een vervaltermijn van 5 kalenderdagen te rekenen vanaf de dag na de proclamatie. Indien je je op deze manier registreert voor de tweede examenkans vervalt jouw oorspronkelijke examenresultaat onherroepelijk. Het nieuwe resultaat dat je in de tweede zittijd behaalt, wordt dan definitief. Het eerder uitgesproken deliberatieresultaat wordt aangepast (artikel 141 Onderwijs- en examenreglement 2016-2017).

Geheel van de bachelor

Je bent geslaagd voor het geheel van de bacheloropleiding als alle examens hebben geleid tot een creditbewijs (dus minstens 10/20) of tot een deliberatiecijfer zoals hierboven omschreven.
Dit betekent dus dat je voor alle opleidingsonderdelen die niet in het 1ste bachelorjaar zitten, minstens 10/20 moet scoren.

Geheel van de master

Je bent geslaagd voor het geheel van de masteropleiding als alle examens hebben geleid tot een creditbewijs (dus minstens 10/20). Onvoldoendes worden niet toegestaan.

Schakelprogramma en voorbereidingsprogramma

Je bent geslaagd voor het geheel van de opleiding als alle examens hebben geleid tot een creditbewijs (dus minstens 10/20). Onvoldoendes worden niet toegestaan.

Interuniversitaire opleidingen

Voor interuniversitair georganiseerde opleidingen kan afgeweken worden van de bovenstaande bepalingen. 
Je kan het reglement dat voor jouw interuniversitaire opleiding van toepassing is opvragen bij het faculteitssecretariaat van jouw opleiding.

 

Afronden van examencijfers

Alle cijfers en gemiddelden worden als volgt afgerond:

  • naar het onderliggend cijfer voor de decimalen kleiner dan 0,5 (9,4/20 wordt 9/20)
  • naar boven voor de decimalen groter dan of gelijk aan 0,5 (9,5/20 wordt 10/20)

De afronding gebeurt voor het examencijfer en niet voor de eventuele onderdelen waaruit het examencijfer wordt berekend.

Je kan deze bepaling nalezen in artikel 138 en 140 van het Onderwijs- en examenreglement.

Graad van verdienste

Op basis van het gewogen gemiddelde van een geslaagde student wordt een graad van verdienste aan het diploma toegekend.

Om het gewogen gemiddelde te berekenen vermenigvuldig je het aantal studiepunten van elk vak met het cijfer dat je voor dat vak behaalde. Vervolgens deel je dat cijfer door het totaal aantal studiepunten dat je in de opleiding hebt afgewerkt.

De volgende graden van verdienste worden toegekend:

  • geslaagd met voldoening: gemiddeld eindresultaat minder dan 68%;
  • geslaagd met onderscheiding: gemiddeld eindresultaat vanaf 68%;
  • geslaagd met grote onderscheiding: gemiddeld eindresultaat vanaf 77%
  • geslaagd met grootste onderscheiding: gemiddeld eindresultaat vanaf 85%

De graad van verdienste wordt vermeld op je diploma.

Schakelprogramma’s en voorbereidingsprogramma’s leiden niet tot een diploma maar tot een getuigschrift. Studenten in deze programma’s kunnen dus geen graad van verdienste verwerven.