Taalvoorwaarden

Van de studenten met een basisdiploma waarvan de onderwijstaal niet-Nederlands is, wordt een bewijs van de kennis van het Nederlands vereist. Om toegelaten te worden tot de specifieke lerarenopleiding, moeten deze studenten daarom

  • ofwel kunnen bewijzen dat zij minstens 9 jaar Nederlandstalig onderwijs hebben genoten (kopie getuigschriften);
  • ofwel in het bezit zijn van het ‘Certificaat Nederlands als Vreemde Taal’ en dit voor het toetsingsniveau ‘Profiel Academische Taalvaardigheid’ (niveau 4.1 of 4.2) ofwel niveau C1 in het Europees referentiekader.

Taalvaardigheidstoets nodig? 

Voldoe je nog niet aan de taalvoorwaarden? De Interuniversitaire Taaltest Nederlands voor Anderstaligen (ITNA) meet of je taalkennis een C1-niveau haalt. 

Examineringsprincipe

De ITNA-test start met een computertest. Indien de kandidaat op dit eerste onderdeel voldoende scoort, neemt hij/zij deel aan een spreekexamen. Wie onvoldoende haalt op de computertest, mag niet deelnemen aan het mondelinge deel en kan uiteraard ook geen ITNA-B2-certificaat behalen.

Het examencentrum waar de test werd afgelegd, meldt het eindresultaat van de ITNA B2-test aan de kandidaat. Een kandidaat die minimaal ‘goed’ scoort op elk onderdeel en ‘zeer goed’ in het totaal, wordt uitgenodigd om op een later tijdstip deel te nemen aan een extra schrijfopdracht op C1-niveau. Hij/zij kan zo, indien gewenst, een C1-certificaat behalen.

Examendata

De ITNA-test kan op verscheidene momenten afgelegd worden op verschillende examencentra doorheen Vlaanderen en Brussel. Een volledig overzicht van de testmomenten vind je hier